Weilandroute
Inleiding
Alhoewel Wuustwezel met zijn +/- 4000 Ha weiland, op een totale oppervlakte van 8944 Ha, en zijn meer dan 22.000 runderen, een erg groene gemeente is, heeft de “WEILANDROUTE” meer te bieden dan dat.
Het traject loopt over de drie dorpen die samen de gemeente Wuustwezel vormen: Gooreind, Loenhout en Wuustwezel-Centrum, en toont ze in al hun verscheidenheid, met groene weiden en landerijen, met zijn oude dorpskernen, zijn bossen en parken.
Het pad vormt een gesloten omloop van 58 km. Men kan gelijk waar starten. De bewegwijzering is de klassieke witte zeshoek van Toerisme Antwerpen, met de vermelding: “Weilandroute”.
Er is één verkorting voorzien, nl. op Braken. Het begin ervan is aangegeven met de vermelding: “Verkorting”. Wie niet teveel hooi op de vork wil nemen bekomt aldus twee kleinere omlopen.
Er is ook een variant voorzien, die gedeeltelijk over een niet verharde weg loopt.
Bij deze uitgave werd het oorspronkelijke traject van het “Weilandpad” enigszins gewijzigd om de samenloop met het Heidepad, dat onze gemeente doorkruist, zoveel mogelijk te vermijden.
Wij beginnen onze beschrijving aan de Gasthuishoeve, Dorpsstraat 36 te Wuustwezel -centrum, een mooi heropgebouwde boerderij die nu dienst doet als bibliotheek en informatiecentrum, en waar ook het VVV gehuisvest is. Deze naam herinnert ons aan het St. Elisabethgasthuis van Antwerpen (thans O.C.M.W.) dat in Wuustwezel reeds sinds de 13de eeuw een grote rol heeft gespeeld. Reeds in deze tijd bezat het St. Elisabethgasthuis aan weerskanten van de dreef uitgestrekte landerijen en hoeven. Wij draaien rechts de Gasthuisdreef in. De hoeve links, wat verder in de dreef en de kinderboerderij, rechts, dateren slechts uit het begin van de 20e eeuw.
We rijden over de “Klein Beek”, die haar oorsprong vindt op Gooreind en die wat verder stroomafwaarts achter “Het Hof” samenvloeit met de “Grote Beek” die van Brecht komt om samen de “Aa of Weerijs” te vormen.
Deze “Aa of Weerijs” die we met zijn zijlopen over heel onze tocht zullen tegenkomen heeft ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in het bepalen van de vestigingsplaatsen van onze oudste gehuchten.
We draaien rechts het Beersgat in en aan de Schutsdijk passeren we een waterloop die rechtstreeks uit het militair domein komt en waarvoor het de moeite loont even te stoppen om het heldere water te bewonderen dat uit dit “reservaat” komt.
Wat verder steken we de Bredabaan over en komen in een typisch beemdenlandschap, laag gelegen weiden in de vallei van de “Kleine Beek”. Ze behoren ongetwijfeld tot de oudst bebouwde akkers van de eerste nederzettingen die zich op de hogere zandrug vestigden zoals de Kleinenberg en Westdoorn dat we bereiken door links de baan op te draaien.
De huidige St. Willebrorduskapel dateert uit 1613, doch vervangt een veel oudere die verwoest werd tijdens de onlusten onder het Spaans bewind. Ze kreeg de laatste jaren een restauratiebeurt onder impuls van de “St. Willebrordusvrienden”. Westdoorn lag op de oudste verbindingsweg van Antwerpen met Breda, op een kruispunt van wegen en daar bevond zich van oudsher een smid, zoals nu nog en een wagenmaker, waarvan het atelier thans omgebouwd is tot meubelmakerij. Op 1 mei is er nog de jaarlijkse bedevaart naar St. Willebrordus voor bescherming der kinderen.
Wat verder draaien we links de Deurendse Dijk op, dit was een verhoogde weg die naar de lage beemden leidde, de Gagelweg loopt er eveneens doorheen. Met de Boterdijk kruisen we een laatste maal de “Klein Beek” vooraleer terug op de Oude Baan te belanden.
Langs de Noordheuvel draaien we met de Ertboringenweg het bos in. Vooraan links bemerken we de ingang van “De Cuyck”, een gemeentebos van +/- 10 Ha dat vrij toegankelijk is, en waar ook een ruiterpad is aangelegd.
We rijden nu door een erkende weekendzone.
De bossen zijn vroegere gemeentegronden die vooral in de 19e eeuw verkocht en bebost werden. Door de Hogere Overheid werd aangedrongen om hei en vennen “goed” te maken en te ontginnen of te bebossen. De inzinkingen die vooral in het weiland nog opvallen zijn drooggelegde vennen.
Wij rijden langs Bleken, Steenoven en Witgoorse baan.
We draaien de Wouwerstraat in, wat zoveel betekent als “vijverstraat”.
Langs de Blekenberg, steken we de Kalmthoutse Steenweg over om langs de Peerdsvendreef de Nieuwmoerse Steenweg te bereiken.
Langs de Molenheide zien we links de bossen van het kasteel “Sterbos”, met daarachter het kasteel. Gans de wijk “Sterbos” met eigen school en kapel is geleidelijk aan gegroeid met het kasteel en het ontginnen van de hei, vanaf de laatste helft van de 19e eeuw.
Op de Kruisweg passeren we een gedenksteen uit de jongste wereldoorlog ter herinnering aan het feit dat de Engelse troepen hier een Duitse aanval, ter herovering van Antwerpen, tot staan brachten.
We bevinden ons terug op de oude baan van Antwerpen naar Breda. De Kruisweg is zoals Westdoorn, één van de oudste wijken van de gemeente. Smid en wagenmaker zijn er verdwenen en van de drie afspanningen is nog alleen de oudste overgebleven, de “Napoleonshoeve” waarvan reeds sprake is rond 1600. Hier was de oudste post van de gemeente gevestigd, hier was het centrum van de turfnijverheid die tussen de 13e en de 18e eeuw bloeide in de streek waar we aanstonds doortrekken. Het uitgestrekt heidelandschap dat aansloot bij de Maatjes werd in de dertiger jaren grondig gewijzigd. Vennen werden drooggelegd, wegen getrokken, 1100 Ha werd herschapen in weiland.
Langs Veldvoort, Huisheuvelstraat en Berkendreef komen we even op de Noordwateringsweg.
De naam “Noordwatering” duidt op de gemengde organisatie van eigenaars en overheid die de werken uitvoerde.
We rijden een vijftigtal meter, links de Bredabaan op om dan de Hespvenweg te nemen. Deze ontleent zijn naam aan het ven dat rechts in de diepte lag, tegen de nieuwe woonwijk van de Wachelbergen. Het ven had de vorm van een hesp.
Langs Tereik en Vloeiweg rijden we over Terbeek, een oude dorpswijk, naar “De Munt” over de Muntbrug, eens een uitgestrekt bos dat tijdens de jongste oorlog volledig gerooid werd.
Langs de Vlamingsweg, op de grens met Hoogstraten klauteren we over de E 19. De Heibaartweg leidt ons tussen de enorme installaties van Distrigas, die een oppervlakte van 11 Ha beslaan. Ondergronds is er een reusachtige natuurlijke opslagplaats met ruimte voor 500 miljoen m3 gas. Daarin wordt momenteel gas opgeslagen dat aangevoerd wordt uit Algerije.
Langs de Heibaartweg passeren we ook een oude hoeve die omgebouwd werd tot een aantrekkelijke afspanning.
Op de Henxbroek doen we een tweede klim over de autostrade. Tijdens de afdaling passeren we rechts de vroegere Tommelberg. Met de aanleg van de autoweg thans volledig verdwenen. Het was een oude grafheuvel waaruit in 1931 urnen werden opgegraven. Enkele daarvan berusten in het museum van Brecht.
Langs de Sneppelweg merkt men dat Loenhout ook een tuinbouw dorp is. De nabijheid van de veiling van Hoogstraten bevordert dit.
Op het einde van de St. Lenaartseweg zien we reeds de St. Quirinuskapel uit 1653, zij vervangt een oudere. De eerste zondag van mei komt men hier, van oudsher, op bedevaart voor genezing van oog- en huidziekten.
Voor de kapel draaien we links in de Tienpondstraat in, langs de melkerij “De Strobloem”, vooral bekend om zijn boter- en melkpoederproductie.
In het volgende straatje, links, het Vonderstraatje kunt U eventueel een kijkje nemen op het zuiveringsstation van Loenhout, gecombineerd met dat van de melkerij.
Rechts zien we de St. Pieter- en Pauluskerk (15e-16e eeuw). Ze werd grotendeels verwoest in 1940 doch heropgebouwd. Daartegenover bemerken we het oud-gemeentehuis uit de 19e eeuw, thans bibliotheek.
Een reeks gezellige dorpscafés rond het dorpsplein nodigt uit tot even rusten.
Langs de Palmbosstraat, Marsweg belanden we op de Wuustwezelseweg, recht tegenover het kasteel van Loenhout (18e eeuw) en draaien we verder links de Donkweg op. Een laatste maal over de “Aa of Weerijs” langs de Vonderbrug. Aan het volgende kruispunt is een variant voorzien.
Ofwel rijden we rechtdoor (voorbij een vervallen kasteelhoeve) langs de Bruidsweg tot aan de nieuwe woonwijk het “Hofakker”. We passeren dan verder op de rechtkant het gemeentehuis (1911) met park. Het werd gebouwd door de familie Hens uit Antwerpen, door de gemeente aangekocht en sinds 1926 als gemeentehuis in gebruik.
Ofwel rijden we links “Achter 't Hof” (“Het Hof” waar de heren van Wuustwezel vermoedelijk sinds de 15e eeuw hun kasteel bewoonden) langs een bosrijk maar slechter stuk weg tot in de Akkerstraat.
Even verder zien we de toren van de O.L. Vrouwkerk van Wuustwezel-Centrum. Een Gotisch bouwwerk dat hoofdzakelijk uit de 15e-16e eeuw dateert met een belangrijke vergroting van de zijbeuken uit het jaar 1900.
De ruimte voor de kerk noemde men vroeger “De Plaetse”, het was de oude dorpsplaats die thans door het druk verkeer zijn betekenis verloren heeft. In de noordelijke hoek staat het oud-gemeentehuis (1897) met links en rechts daarvan woningen die teruggaan tot de 17e eeuw.
Als we de Dorpsstraat inrijden passeren we rechts de pastorij uit 1738. Dit gebouw zal in de toekomst gebruikt worden als muziekacademie.
Zo komen we terug bij ons vertrekpunt De Gasthuishoeve.
Uitgave : V.V.V. Wuustwezel
Dorpsstraat 36
2990 Wuustwezel
Tel. 03/690.46.40